Afscheidsspeech van Károly's

In het najaar van 2007, na een poging tot zelfmoord, hoorde ik voor het eerst van het therapeutisch centrum. Ik ben verhuisd naar mijn ouders en de plaatselijke pastoor adviseerde me om naar Ozd te gaan. Dat zou me helpen. In die tijd wilde ik niet accepteren dat mijn probleem echt ernstig was. Ik was ervan overtuigd dat ik er zelf wel uit zou komen en het wel kon hanteren. Ik dronk 7 maanden geen alcohol en slikte anti-depressiva. Het leek erop of mijn familieleven weer aan het herstellen was en gewoon werd. Maar dan: een echtscheiding. Ik verloor mezelf weer in de alcohol en tot oktober 2008 was ik mijn leven aan het vernietigen. De laatste duw kreeg ik die maand. Ik kreeg een auto-ongeluk. Ik zat dronken achter het stuur en vloog tegen de reling van een brug. Ik denk tot op de dag van vandaag dat het Gods wil was dat ik niet in het stadsverkeer reed. Met een alcoholpromillage van 2,8% had ik daar vast een veel groter verkeersongeval veroorzaakt. Toen besefte ik dat ik echt hulp nodig had.

Begin november 2008 heb ik contact opgenomen met de stichting en spraken af dat de therapie in de kliniek zou starten op 9 december. Twee weken voor mijn vertrek naar Ozd ben ik gestopt met drinken. Om mezelf te herpakken en vast door de eerste ontwenningsverschijnselen heen te zijn. Bij aankomst was ik gefrustreerd, terneergeslagen en ik schaamde me. Ik dacht dat de mensen daar niet op mij zaten te wachten en dat ik niet zou herstellen. Bij aankomst was ik nogal verrast van de vriendelijke en huiselijke sfeer, ook van de hulp van de daar aanwezige cliënten. Dit was vreemd voor me. Ik was tegelijkertijd blij en enigszins boos. Ik wilde graag alleen zijn met mijn gedachten, mijn problemen. Ik voelde dat ik nu in staat zou zijn om mijn problemen op te lossen. Er werd mij een vrouwelijke mentor toegewezen. Ik had de gedachte dat als mijn ex-vrouw mij al niet begrijpt, hoe kan ik dan open en eerlijk zijn naar een totaal vreemde vrouw? Achteraf bezien gaf ik haar met deze houding veel werk en terugkijkend heb ik mezelf meerdere keren hiervoor berispt. In het begin probeerde ik haar ook te ontwijken. Ook dit was eigenlijk niet goed van me.

Nadat ik mijn therapie echt serieus oppakte en open begon te staan voor de groep, ontvouwde zich een nieuwe wereld voor me. Ik voelde me echt opgelucht als ik de anderen vertelde wat mijn gedachten en gevoelens waren. Ik was ook niet langer bang dat iemand mij zou uitlachen. Langzamerhand kreeg ik mijn zelfvertrouwen terug en het was een heerlijk gevoel dat ik niet alleen was met mijn problemen. Iedereen accepteerde mij zoals ik was. Negen maanden ontwikkeling zijn er nodig voor een kind om geboren te kunnen worden. Ook ik had negen maanden nodig om psychisch en fysiek weer sterk te worden. Mijn laatste alcoholische jaren hadden ook mijn geloof verwoest. Ik ben 16 jaar cantor geweest tijdens de kerkdiensten. De laatste drie jaar was er een kille verhouding ontstaan met de voorganger. De laatste jaren was ik alleen geinteresseerd in het stil gebed. Dan kon ik God eerlijk vragen mij te redden door me uit deze vicieuze cirkel van de alcohol te halen. Toen, het gebeurde met Pasen in de kerk van Ozd, tijdens het stil gebed, kwamen steeds dezelfde woorden in mijn gedachten: “Uw gebed heeft u gered”. Ik kon me niet voorstellen waar ik deze woorden vandaan haalde en waarom ze in mijn gedachten kwamen. Wel voelde ik een sterke warmte om mij heen. Toen, terug in de kliniek, herinnerde ik mijn gebeden in de kerk thuis. Vanaf dat moment, elke keer als ik even thuis was en in de kerk kwam, herinnerde ik mij weer deze woorden. Ik kom nu weer in de kerk met geheven hoofd en kijk iedereen aan.

Gedurende al deze tijd heb ik heel veel hulp gehad van mijn mentor, (ook al was ze een vrouw ) en van de andere begeleiders die mij steunden en bemoedigden. Ik voel dat ik in Ozd een nieuwe hoeksteen voor mijn leven heb neergelegd, waarop ik een nieuwe toekomst kan bouwen. Ik ben gewapend tegen de verleidingen, ik heb weer een frisse blik op het leven, een doel voor ogen, levenslust en ben blij met iedere dag die mij gegeven is. Tegen iedere verslaafde zou ik willen zeggen: ik heb een grote familie gekregen die me ondersteund en me accepteert. Ik heb nu een plek waar ik altijd terug mag komen. Een plek waar ik terecht kan met alles wat me bezig kan houden, waar ik hulp krijg. Ik realiseerde me dat vooral tijdens de nazorgbijeenkomsten.

Ik kan niet zeggen dat ik vrolijk naar huis ga. Ik wil wel gaan en tegelijkertijd niet gaan. Ik ga omdat het leven me roept. Ik wil eigenlijk ook wel blijven, hier bij mijn grote familie. Ik zal jullie verschrikkelijk missen. Ik weet niet hoe ik deze leegte weer op kan vullen, wat het gat zal opvullen van de ochtendbijeenkomsten, de gezamenlijke maaltijden, de uitstapjes, het voetbal. Maar ik beloof jullie één ding: de “gereedschappen” die ik hier gekregen heb, zal ik heel goed gebruiken. Het zal niet makkelijk zijn, maar ik geloof dat God bij me zal zijn en me zal helpen alle hindernissen te overwinnen. Met opgeheven hoofd zal ik af en toe naar Ozd komen om jullie te bezoeken.

Károly, voormalig cliënt van de kliniek

 
 
 
Map